Als grote aantallen vleermuizen tegelijkertijd een grot verlaten, stemmen de dieren hun echolocatie af om botsingen te voorkomen.

Egyptische klapneusvleermuizen hangen met duizenden in grotten te wachten tot de avond valt en ze er massaal op uit trekken om insecten te vangen. Foto: Eran Amichai

Als grote aantallen vleermuizen tegelijkertijd een grot verlaten, stemmen de dieren hun echolocatie af om botsingen te voorkomen.


Wanneer een kolonie vleermuizen hun schuilplaats verlaat om voedsel te zoeken, stroomt deze als een dichte zwerm door een veelal kleine opening de nacht in. Botsingen zijn hierbij uiterst zeldzaam, ondanks dat vleermuizen voornamelijk navigeren met echolocatie en de hele kolonie tegelijkertijd luide geluiden uitzendt bij het uitvliegen. Al langere tijd proberen wetenschappers te begrijpen hoe de dieren dit zogenaamde ‘cocktailpartyprobleem’ oplossen, waarbij achtergrondgeluiden het moeilijk maken om een specifieke stem te horen. Nu blijkt dat vleermuizen effectief navigeren in een kakofonie aan geluid door hun echolocatie aan te passen om gerichte informatie te krijgen over hun directe omgeving (PNAS, 31 maart). Een onderzoeksteam van de universiteit van Tel Aviv bestudeerde gedurende twee jaar wilde Egyptische klapneusvleermuizen (Rhinopoma microphyllum) die een grot verlaten bij schemering. Door middel van trackingtechnologie en ultrasone microfoons namen de onderzoekers het geluidslandschap waar vanuit het perspectief van individuele vleermuizen. Omdat gelabelde vleermuizen buiten de grot werden vrijgelaten, ontbreken gegevens van de eerste momenten bij de grotopening – deze vulden de onderzoekers aan met een computermodel. Geluidsoverstemming blijkt 94 procent van de echolocaties te verstoren bij het verlaten van de grot. Binnen vijf seconden weten de vleermuizen dit probleem echter drastisch te verminderen. Ze passen hun gedrag hiertoe op twee manieren aan: ze waaieren uit en ze gebruiken kortere en zachtere roepen op een hogere frequentie voor hun echolocatie. Hoewel vaker roepen in theorie juist kan zorgen voor meer ruis, geeft deze manier van echolocatie de individuele klapneusvleermuis de meest gedetailleerde informatie over zijn directe omgeving, waardoor het dier botsingen kan vermijden.

Uitzoomen
Dit gedrag is volgens senior vleermuisonderzoeker bij de Zoogdiervereniging Herman Limpens niet gelimiteerd tot Egyptische klapneusvleermuizen. ‘Ook bij Nederlandse soorten zie je dat ze hun echolocatiefrequentie shiften wanneer individuen elkaar tegenkomen. Vleermuizen corrigeren hun roepfrequentie constant op wat ze willen zien, zoals wij met onze ogen in- en uitzoomen. Als je naar iets dichtbij kijkt, is alles in de verte wazig en andersom. Voor een vleermuis die een prooi wil oppikken ver voor hem, is ruimte scheppen slim. Daarvoor moet hij eerst met beperkte coördinatie zorgen dat hij geen brokken maakt. Logisch, maar het is hartstikke gaaf dat de hedendaagse techniek nu voor de bijbehorende dataset en statistiek zorgt.’

De onderzoekers benadrukken in een persbericht dat het oplossen van het mysterie van het ‘cocktailpartyprobleem’ enkel mogelijk werd door vleermuizen te bestuderen in hun natuurlijke omgeving, terwijl ze hun normale gedrag vertonen: ‘Theoretische en laboratoriumstudies helpen om mogelijke oplossingen te bedenken. Maar alleen door ons, zo goed als mogelijk, in de schoenen van het dier te verplaatsen, kunnen we echt begrijpen welke uitdagingen het tegenkomt en hoe het deze oplost.’ Limpens staat daar helemaal achter. ‘Dat is simpelweg een gegeven binnen de ecologie. Het wordt bovendien ook pas écht leuk als je goede data in het veld kunt verzamelen.’