De nog onbeschreven nieuwe soort wandelend blad uit Nieuw-Guinea. Foto: Luc Willemse


Serie: Uit de schatkamer

 

Grasduinen langs 42 miljoen objecten in de collecties van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie – Naturalis, 1820 – 2020

 

AFLEVERING 7: SPRINKHANEN EN VERWANTEN

COLLECTIE: Orthopteroidea
AANTAL EXEMPLAREN: circa 500 duizend
TOPSTUK: Een nog onbeschreven nieuwe soort wandelend blad uit Nieuw-Guinea - Holotype
AANTAL HOLOTYPES: 500
BEHEERDER: Luc Willemse

 

‘Het klinkt als een cliché maar in deze collectie valt nog ongelooflijk veel te ontdekken. Door een collectie struinen is als een expeditie naar tropische oorden: je vindt altijd wat nieuws’, zegt collectiebeheerder en sprinkhaanexpert Luc Willemse. Hij voert bij Naturalis het beheer over de collecties sprinkhanen (Orthoptera), wandelende takken (Phasmatodea), oorwormen (Dermaptera), bidsprinkhanen (Mantodea) en kakkerlakken en termieten (Blattodea).

 

Willemse is een Leidse bioloog die via allerlei omwegen dertig jaar na zijn afstuderen uiteindelijk bij zijn eigen hobby belandde. ‘Sprinkhanen en krekels is een liefhebberij die al twee generaties in mijn familie zit. Mijn opa en vader verzamelden en beschreven ook sprinkhanen. Vrijwel dagelijks zie ik exemplaren en lades die zij ook in handen hebben gehad’, vertelt Willemse. Zijn collectie is zeker niet af. Het volledig op orde brengen van de collectie vereist naast de nodige expertise nog vele tientallen manjaren werk. ‘Het is een valkuil om je als collectiebeheerder helemaal in het werk te verliezen. Het is, denk ik, beter om het werk op te splitsen in klussen en te proberen er experts, studenten en vrijwilligers voor te interesseren. Door af en toe een oproep te plaatsen of gegevens en foto’s online te zetten lukt het beetje bij beetje om mensen te vinden die bereid zijn mee te helpen.’

 

Hoewel hij zijn rechterarm mist door een verkeersongeluk weet hij behendig laatjes te openen in zijn collectie op de achtste verdieping van de Naturalis-toren. ‘Het ruikt hier nog steeds naar de mottenballen die door het Zoölogisch Museum Amsterdam gebruikt werden om vraat door museumkevers te voorkomen. Ondanks de goede ventilatie is de geur lastig weg te krijgen.’ In de laatjes zitten enorme kakkerlakken, bidsprinkhanen waarvan de vleugels zijn uitgespreid en piepkleine termieten. ‘Een wetenschappelijk topstuk ligt hier’, zegt hij in een van de vele gangpaden met aan weerszijden 450 lades. ‘Een nu nog naamloos wandelend blad uit Nieuw-Guinea. Die zit al ruim zestig jaar in onze collectie, maar blijkt na bestudering door een Amerikaanse expert nieuw voor de wetenschap te zijn. Binnenkort verschijnt een artikel waarin deze soort wordt beschreven en vanaf dat moment heeft hij een wetenschappelijke naam. Hét bewijs dat je prima op nieuwe soorten kunt jagen zonder op reis te gaan.’

 


Een lade met wandelende takken uit de collectie van Naturalis. Foto: Moebius.