Op het veldwerkkamp in de Schelphoek is het vangen van waterbeestjes razend populair.

 

Tijdens veldwerkkampen van Natuurkampen springen middelbare scholieren gewapend met schepnetjes, grondboren, zuurstofmeters en andere meetinstrumenten op de fiets om in Zeeland zelfstandig gegevens te verzamelen in het veld.

 

‘Ja, kijk, ik heb wat! Volgens mij is het een spin!’, roept een leerling enthousiast, terwijl hij het vangnetje – waarmee hij zojuist nog als een bezetene rondrende en in de lucht zwiepte – binnenstebuiten keert op een wit doek... de ‘spin’ vliegt vrijwel direct weg. ‘Kunnen spinnen vliegen?’, vraagt de docent droogjes. De jongen begint wat schaapachtig te lachen. Naast hem staat een medeleerling met meer succes: al schuddend aan een struik valt er een pissebed op het doek eronder. ‘Ieuw, gadver!’, klinkt het even uit enkele monden, waarna de dappere leerling de pissebed in een insectenpotje stopt en naast de eerder gevangen wolfspin zet, die alert de eitjes in haar eicocon beschermt. De insecten- en spinnenjacht is onderdeel van een schoolkamp in het in Zeeland gelegen natuurgebied de Schelphoek. Daar staat, aan de rand van een brakwaterplas, een voormalig bijhuis van een boerderij dat tegenwoordig dient als groepsaccommodatie en tevens uitvalsbasis is van Natuurkampen van Stichting Veldstudie. In het voorjaar en de zomer ontvangen medewerkers van Stichting Veldstudie daar aan de lopende band leerlingen die deelnemen aan schoolreizen en excursies voor basis-, voortgezet- en beroepsonderwijs en universiteit. Dit keer: een groep van zo’n vijftig vierdeklassers van het Gymnasium Haganum in Den Haag. ‘Dit zijn echt stadskinderen’, vertelt Bettina de Vos, een van de drie biologiedocenten die vanuit school mee is op kamp. ‘Veel van hen komen niet tot nauwelijks in aanraking met de natuur, terwijl veldwerk juist zo’n belangrijk onderdeel is van de biologie en leerlingen enorm kan enthousiasmeren. Ze hebben relatief weinig van dit soort tripjes, dus dit kamp is heel leuk voor ze, en hopelijk nuttig. We hebben er met de sectie bewust voor gekozen om ze een cijfer hiervoor te geven, anders blijft het wel heel vrijblijvend – het programma is daarop met Natuurkampen afgestemd.’

 

Postentochten
Een vast onderdeel van zo’n programma zijn de postentochten, waarbij leerlingen in groepjes roulerend kennis maken met verschillende veldwerktechnieken. Zoals insecten inventariseren, een vegetatieopname doen met een quadrant, bodemmonsters nemen met een grondboor en waterdiertjes vangen met een schepnet – gaandeweg leren ze werken met meetinstrumenten voor bijvoorbeeld pH, zuurstof, zout, kalk of temperatuur. De volgende stap: zelf een onderzoekje bedenken en uitvoeren.

 

Waarschuwing
‘We vinden het ontzettend belangrijk dat leerlingen zich bewust worden van de natuur en wat er om hen heen gebeurt’, vertelt Denise Verstraeten van Natuurkampen. ‘Een eigen onderzoekje doen leent zich hier perfect voor; ze leren zelfstandig gegevens verzamelen in het veld, doen hierbij analoge en digitale metingen, en leren verbanden zien tussen de theorie en de werkelijkheid buiten. Om ze op weg te helpen, krijgen ze straks na de postentocht eerst een korte workshop.’ Die workshop is vanwege een korte, hevige bui binnen; luisteren blijkt na de postentocht eventjes lastig voor de leerlingen, maar na een stevige waarschuwing van De Vos voor extra corvee luistert iedereen aandachtig hoe Verstraeten uitlegt waar een goede onderzoeksvraag aan moet voldoen. Daarna moeten ze in groepjes van vier zelf een onderzoek bedenken en uitvoeren. Al snel is er een run op schepnetjes – waterbeestjes vangen blijkt razendpopulair.



Barbecue
Een groepje van drie meiden en een jongen is er snel bij en begeeft zich met meetapparatuur naar de brakwaterplas. Hun vraag: in hoeverre wordt de biodiversiteit van waterdieren beïnvloed door het zuurstof- en zoutgehalte op verschillende plekken in Schouwen-Duivenland? ‘We gaan eerst hier wat beestjes vangen, en daarna in zee en in een zoetwaterplas’, legt de jongen – Freek – uit, terwijl hij een net in het water steekt. Het is meteen raak: ‘Wow, check deze garnaal! Creepy, die kan zo op de barbecue vanavond.’ Zijn groepsgenoten lachen terwijl ze de determinatiekaart erbij pakken om de garnaal op naam te brengen. ‘Mijn vader zou echt al die Latijnse namen uit zijn hoofd kennen’, zegt een van de meisjes. ‘Hij wilde altijd bioloog of chirurg worden – het is uiteindelijk chirurg geworden, maar hij is nog steeds een ontzettende nerd.’

 

Avondwandeling
Bij toerbeurt vangen de leerlingen nog wat garnalen, visjes en watervlooien, meten daarna het zout- en zuurstofgehalte en springen dan op de fiets richting hun andere meetlocaties. Wanneer ze terugkomen is het zeewater – met circa vijftig kwallen, dertig mossels, twintig oesters, drie krabben en twee garnalen – de duidelijke winnaar qua hoeveelheid gevangen dieren. ‘Vanavond ligt er nog een avondwandeling en een kampvuur in het verschiet, en morgen een sleepnetexcursie’, zegt Verstraeten, terwijl de scholieren langzaam weer terugkeren van hun veldwerk. ‘En ze moeten morgen natuurlijk ook hun data uitwerken, een poster maken en hun onderzoek aan de rest van de groep presenteren – dat is altijd spannend. Maar het is een gezellige en gemotiveerde groep; ze doen in twee dagen waar we normaal vier dagen voor uittrekken.’

 

Het groepje van Freek krijgt uiteindelijk een 7,6, laat biologiedocent De Vos nog via de mail weten: ‘Voor hun geslaagde presentatie, de goede samenwerking en de nette poster. Inhoudelijk en qua diepgang had er nog een tandje bij gemogen.’