Alleen in cijfers en getallen is het landschap niet te vangen. Bioloog en wereldreiziger Arita Baaijens wil westerlingen hun band met de natuur helpen herstellen.

 


Bioloog Arita Baaijens (rechts) leerde zichzelf kennen in de leegte van de woestijn: ‘Dat is niet voor iedereen weggelegd.’

‘In essentie is alles en iedereen een optelsom van relaties. Daarom ontbreekt er ook iets als we natuur en landschap alleen beschrijven in statistiek en tabellen. Ik voelde me eigenlijk in de steek gelaten door de wetenschap toen ik ontdekte dat niet-toetsbare zaken minstens zo belangrijk zijn. Maar dat terrein is gekaapt door de esoterie en ik heb niets met zweverigheid en gekwezel‘, zegt bioloog, wereldreiziger en schrijfster Arita Baaijens (1956). Ze vertelt op een terras aan de Amstel met hartstocht over hoe ze door reiservaringen in Afrikaanse woestijnen en Siberische toendra’s tot het inzicht kwam dat mensen in het Westen hun band met de natuur zijn kwijtgeraakt. In haar project en boek Paradijs in de polder geeft ze handreikingen en oefeningen om die band te herstellen: door te struinen en met zintuiglijke waarnemingen de essentie van het landschap in kaart te brengen.

 

Verarming
‘Dat wij geen echt contact leggen met ons landschap is op zichzelf al een verarming, maar we exporteren die denkbeelden ook nog eens. Culturen die nog wel een band met de natuur hebben, worden geconfronteerd met grootschalige mijnbouwprojecten en andere vormen van exploitatie die onherstelbare schade toebrengen’, aldus Baaijens. De kennis en ervaring waaruit zij put berust mede op haar bijzondere levensverhaal. ‘Ik ben in 1974 begonnen met de studie biologie en ben inmiddels misschien een beetje opgeschoven richting de antropologie. Toch vind ik biologie nog steeds een mooi vak, ik zou de studie zo weer doen.’

 

Baaijens koos destijds voor milieubiologie. ‘Het was de tijd van de zure regen. Ik werkte mee aan milieucampagnes, maar na zeven jaar nam ik ontslag als milieuadviseur en heb ik het bestaan van ontdekkingsreiziger omarmt. Er wachtte iets op mij, het was een roep waaraan ik geen weerstand kon bieden. De lokroep was sterker dan het gevoel om vast te houden aan zekerheden en te settelen’, aldus Baaijens.

 

Karavaan
In 1988 sloot zij zich met een kameel aan bij een karavaan in de Egyptische woestijn. Zo raakte ze jarenlang in de greep van het woestijnleven en wisselde een sociaal bestaan in Amsterdam steeds af met expedities in de woestijn. ‘Dat is niet voor iedereen weggelegd’, erkent Baaijens. ‘Ik reisde echt moederziel alleen en het is logistiek ook een bijna militaire exercitie. Je moet zorgen voor voldoende voorraden, water en voedsel voor de kamelen en een route plannen zonder gps. Het is ook niet goedkoop en vrijheid is niet altijd leuk, want je moet zelf alle minuten en uren vullen. De ervaringen in het niemandsland van de woestijn hebben me voorgoed veranderd. In de grote leegte en meedogenloosheid van de woestijn leer je echt jezelf kennen.’

 

‘De woestijn was klaar met mij en andersom. Het antwoord op de vraag wie je bent, had ik doorleefd’

 

Baaijens trok zelfs – ditmaal wel in gezelschap – door Soedan ten tijde van de Darfurcrisis en daar eindigde in 2004 haar obsessie met de woestijn. ‘De woestijn was klaar met mij en andersom. Het antwoord op de vraag wie je bent, had ik doorleefd. De obsessie was weg en het heeft me drie sombere jaren gekost voor ik weer een bestemming had. Dat begon als een noodoplossing: een zoektocht te paard naar Shambahala, het mythische koninkrijk in het Altajgebergte van Siberië. Eigenlijk zoeken naar iets waar ik niet in geloofde’, zegt Baaijens. ‘Maar het hield me tenminste van de straat.’ Die zeven jaar durende ontdekkingsreis resulteerde in het boek Zoektocht naar het paradijs.

 

Levensfilosofie
Op die expedities raakt ze geïntrigeerd door traditionele kennis en de banden die lokale bevolking heeft met natuur. ‘Geloof in bezielde natuur is een levensfilosofie die mij meer aanspreekt dan een heilig geloof in marktwerking en in cijfers en getallen. De westerse neiging te denken dat je de werkelijkheid kunnen reduceren tot een aantal neutrale feitelijkheden is totale onzin’, aldus Baaijens. Zij zet zich nu juist in Nederland in om mensen door oefening en ontdekkingsreizen in eigen land te laten beseffen dat hun lot verbonden is met landschap en er een nieuwe taal nodig is om dat bij iedereen tussen de oren te krijgen.

 

Messias
‘Mensen hoeven mij echt niet te volgen. Ik ben geen Messias. Maar probeer eens te luisteren naar wat landschap vertelt. Boeren doen het, jagers en nomaden doen het, dus het kan. Landschap bergt kennis en herinneringen in zich en verzet over veranderingen in de leefomgeving gaan altijd over verlies aan betekenis. Dus laten we een betekenislaag aan gebiedskaarten toevoegen. Het lijkt misschien onhaalbaar, maar dat dachten we ooit ook van niet-roken in de kroeg en vrouwenkiesrecht’, zegt Baaijens. Tips voor vakantiegangers heeft ze eigenlijk niet. ‘Met vakanties heb ik niks. Het valt me wel op dat veel mensen het idee hebben dat ze vooral niks mogen missen en dat ze overal een foto van moeten maken. Ik zou zeggen, neem als je ergens bent ook eens de tijd om echt een verbinding met je omgeving aan te gaan.’

 


Paradijs in de polder – ontdek wat landschap je vertelt Arita Baaijens Uitgeverij Atlas/Contact ISBN 9789045036021 Integraalband, 200 pagina’s, 19,90 euro