Het ook voor mensen niet ongevaarlijke westnijlvirus heeft vaste voet gezet in Nederland. Het dankt de succesvolle verspreiding vooral aan vogels en muggen.


 

Alsof we verlegen zitten om nóg een virus. Ook het westnijlvirus lijkt zich definitief te hebben gevestigd in Nederland en mensen te besmetten. Het RIVM meldt 11 november ook een besmette patiënt in de regio Arnhem. Er is dus geen sprake meer van een incident, na de eerste melding van een patiënt met westnijlvirus in Utrecht op 15 oktober. Er blijken deze zomer in Utrecht nog vijf patiënten met westnijl besmet geraakt, terwijl de zevende patiënt bij Arnhem het virus pas in het najaar opliep.

 

Dát het westnijlvirus ook Nederland aandoet is geen verrassing. In 2018 zijn in Europa al een recordaantal van 2.083 bevestigde en vermoedelijke patiënten gemeld, meer dan het totaalaantal in de zeven jaar ervoor. Het RIVM wijt die uitbraak aan ‘de combinatie van zeer hoge temperaturen en de aanwezigheid van veel muggen en vogels’. De echte Nederlandse westnijlprimeur gaat dan ook naar een eind augustus gevangen grasmus in Utrecht. Omdat dit een broedvogel betreft, die in het voorjaar nog negatief op het virus testte, is het ‘zeer waarschijnlijk dat deze mus het virus in Nederland heeft opgelopen’.

 

Het virus kan bij mensen koorts en door het stilleggen van autofagie en eiwitophoping zelfs fatale hersen(vlies) ontsteking veroorzaken (Plos Pathogens, 23 januari). Daarentegen vertoont 80 procent van de besmette mensen geen symptomen. Mensen en paarden zijn incidentele en ‘doodlopende’ gastheren. Het virus is vooral kind aan huis bij minimaal 284 vogelsoorten, terwijl minstens 59 vrij algemeen voorkomende steekmuggen voor overdracht zorgen (Viruses, 2013). Het virus heeft zich zo snel verspreid over de wereld en is bijvoorbeeld sinds 1999 vanuit New York ingeburgerd geraakt als een seizoensepidemie in de Verenigde Staten.

 

Het West Nile virus – kortweg WNV – is een flavivirus en dankt zijn naam aan het West Nile district van Oeganda, waar het in 1937 voor het eerst is geïsoleerd. Het International Committee on Taxonomy of Viruses erkende vanaf 1971 ook nog het Kunjinvirus uit Australië, maar dat is in 1999 opgegaan in het westnijlvirus. Waarmee dit virus opmars heeft gemaakt in alle continenten, met uitzondering van Antarctica.